Totemisatie
Oorsprong: een oerritueel
Het geven van totems, dier- of natuurnamen, is
een traditie die haar oorsprong vindt in de riten en gewoonten van vele
natuurvolkeren, zowel bij de indianen van Noord Amerika als bij de Afrikaanse
volkeren.
Bij deze volkeren bestond de gewoonte, de eigenschappen
(zowel fysische als morele) van een krijger te vergelijken met de eigenschappen
van dieren, planten of andere natuurelementen.
De kern van de totemisatie is het naamgeven van
een persoon naar een dier of natuurelement met wie hij het meeste eigenschappen
gemeen heeft.
Om in aanmerking te komen voor een totem moest
de krijger bepaalde proeven afleggen. Hij moest bijvoorbeeld een periode
in de woestijn overleven, slechts minimaal bewapend en met zo weinig mogelijk
matariaal. Deze proeftijd gebeurde meestal in afzondering. De teervoet
werd met zichzelf gekonfronteer, met zijn slechte en goeden eigenschappen
en vaardigeheden. Hij moest zich zien te redden in een vijandige natuur
met de meest eenvoudige middelen. Hij was alleen aan zichzelf overgelaten
en ging op zoek naar de zin van zijn bestaan: wie ben ik? Wat kan ik? Wat
is mijn opdracht?
De zin van deze proeven lag hierin, dat de stam,
om te overleven harde krijgsmannen nodig had. Zoals in de natuur alleen
de meest aangepaste overleeft, zo probeerde de stam ook een slektie door
te voeren (survival of de fittest). Met deze harde proeven kon de krijger
bewijzen een waardig, d.w.z. sterk, listig, ... en dus nuttig lid van de
stam te zijn.
Er was wel een groot verschil in de opgelegde
proeven, zij werden aangepast aan de bijdrage die elk individu afzonderlijk
kon leveren. In essentie was het dus ook een groepsgebeuren. De stam had
nood aan verschillende vaardigheden, alle leden van de stam moesten door
hun individueel kennen en kunnen bijdragen tot de ontplooiing en de instandhouding
van de stam. De totemisatieproef werd dan ook gebruikt als een gelegenheid
om die persoonlijke kapaciteiten van het stamlid te onderzoeken en te bevestigen.
De totemisatie was dus tegelijkertijd individueel
en groepsgericht: aanvaarding van het individu in de groep (opname) en
erkenning van de persoonlijke eigenheid van elk stanlid afzonderlijk (naamgeving).
Totemisatie en scouting
Tijdens zijn koloniale reizen in Afrika en Indie
kreeg Baden-Powell bijnamen : de Matabele noemden hem "Impeesa", de wolf
die nooit slaapt, omdat hij 's nachts lang op verkenning ging en zo de
getalsterkte van zijn vijanden kon tellen aan de hand van het aantal kampvuren.
De bijnaam die de Ashanti aan B.P. gaven valt makkelijk te begrijpen: "Kantakye"
of de man met de grote hoed.
Het totemisatieritueel in scouting zal waarschijnlijk
ook sterk beinvloed zijn door de beweging van de Woodcraft-Indians, gesticht
door Walter Thompson-Setton.
Deze Amerikaan stichtte in de U.S.A een jeugdbeweging
die de Indiaanse cultuur terug in ere wou herstellen, zij het sterk romantiserende
en niet altijd waarheidsgetrouw. Scouting overvleugelde deze beweging maar
nam wel verschillende elementen in haar werking over.
Ook in scouting bestaat dus de gewoonte om leden
proeven te laten afleggen om hun totem te bekomen en ook hier probeert
die totem de meest typische eigenschappen van iemand te beschrijven. Het
ligt nu voor de hand dat binnen onze beweging niet louter wordt stilgestaan
bij de fysische eigenschappen van een mens maar dat wij eveneens sociale
vaardigheden beklemtonen. Sociale vaardigheden, omdat die in onze samenleving
immers evenzeer levensbelangrijk zijn voor ons, als bijvoorbeeld lenigheid
dat is in het oerwoud.
In dit verband is het dan ook logisch dat sociale
accenten worden gelegd bij het totemiseren en heeft het uiteraard miet
de minste zin om zeer harde fysische of vernederende proeven op te leggen
Overigens zou het vernederen van onze leden 200%
in strijd zijin met de opvoedkundige doelstellingen van VVKSM en los daarvan
beantwoordt zoiets totaal niet aan de wereld van de echte indiaan, die
vanuit zijn cultuur, ondanks onbeschrijfelijke eigen vernederingen, grenzeloos
eerbied blijft opbrengen voor medemensen.
Een totemisatie is te belangrijk om er een soort
holle studentendoop van te maken.
Enkele voorbeelden
Oorspronkelijk was het de bedoeling
dat men als laatstejaars jongverkenner of jonggids zijn totem kreeg, en als
verkenner of gids zijn voor-totem.
Een voorbeeldje: Trouwe Barry
Hierin is "Barry" de totem en "Trouwe" de voortotem. "Trouwe" hoeft hier niet
verder uitgelegd te worden, het zegt enkel wat meer over de persoon zijn karakter.
"Barry" heeft hier de volgende betekenis: Deze beroemde ST.- Bernardus-hond
dankt zijn naam aan de werkelijk bestaande honden die in het gebergte op zoek
gaan naar verdwaalde mensen. Ze zijn bijzonder sterk, scherpzinnig en uitermate
trouw. Ze zijn moedig, goedaardig en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
Je eigen totem
Als je de betekenis van je totem wil opzoeken kan je dat doen op de site van vvksm: http://www.vvksm.be/veldwerk/totems/